Overdenking

Lente-licht?

De mei-maand is de maand waarin we als volk onze vrijheid vieren. Een vrijheid die, zo merken we meer en meer, níet vanzelfsprekend is. Oorlog is – opnieuw – in Europa. Dat was het in de jaren ’90 al, maar toen voelde Joegoslavië nog héél ver weg. Nu voelt Oekraïne al drie jaar dichtbij, omdat we beseffen: deze oorlog, en de uitkomst van deze oorlog, kan ons eigen veilige vrije westen flink laten schudden. Inmiddels is de zoete droom dat wij als redelijke, verlichte mensen de oorlog met elkaar wel hebben uitgebannen, bitter uit elkaar gespat.

De onrust in onze eigen westerse, ook Nederlandse, maatschappij vol mensen die zich niet gehoord of gezien voelen, geeft voedingsbodem aan een verlangen naar sterke leiders met heldere oplossingen. Verbijsterend is steeds weer hoe dan blijkt dat de boodschap over ‘de makkelijkste oplossing’ goed in het gehoor ligt: als een ánder de schuld krijgt, en mìjn probleem wordt opgelost.

We kunnen dit als een maatschappelijk probleem verstaan. Maar in de kerk weten we van een God, die ons geboden gaf ten leven. Die ons leert dat als Hij onze Koning is, er levensruimte is voor ieder. Een Koning van recht & Barmhartigheid, die zélf de prijs van de schuld wil dragen. De vraag dringt zich op: is het niet het gebrek aan gehoorzaamheid aan Hem, geloof in Hem, en leven in navolging van Hem, die onze maatschappij onmenselijk en uitzichtloos maakt?

Juist nu wij opnieuw in de lente onze bevrijding vieren, raken de woorden van dichter Ad den Besten mij indringend: [ Lied 709]

Nooit lichter ving de lente aan
dan toen Uw hand ons volk bevrijdde.
Hoe hebben w’in dat schoon getijde
verheugd maar huiverend verstaan:
Gods vijanden vergaan.

De winter leek voorgoed voorbij
en voor ons lag de volle zomer;
de macht was eindlijk aan de dromer,
de nieuwe mens, zo droomden wij,
verbrak de slavernij.

Maar winters werd het in dit land;
‘t is kil rondom en in ons midden,
in onze mond verstart het bidden,
doodskou gaat uit van onze hand
naar mens en dier en plant.

O God, wat zijn wij dwaas geweest,
dat w’aan de vrijheid zo gewenden,
dat wij de vijand niet herkenden,
in opstand tegen U, het meest
in eigen hart en geest.

Vergeef het ons, raak ons weer aan
met levensadem, lente-tijding,
en doe met krachten ter bevrijding
ons hier in Christus’ vrijheid staan.
God, laat ons niet vergaan.



ds. J. J. de Lange