da. J.J. de Lange

Van komen en gaan – n.a.v. lied 840

Lieve Heer, Gij zegt ‘kom’ en ik kom
want mijn leven is onder de macht gesteld
van de Heer die mijn dagen en nachten telt
en de Heer zegt ‘kom’ en ik kom.

Al bladerend in mijn liedboek kom ik soms oude liederen tegen die mij raken – maar die ik toch nog maar weinig laat zingen. Zo ook dit lied. Want ik vind het een prachtig lied – maar ook een moeilijk lied. Een lied met een heerlijke melodie, die makkelijk zingt en daarmee ook makkelijk maakt om deze woorden te zingen. Tegelijkertijd is het een lied met grote woorden – die ik soms van harte mee kan zingen, maar die mij soms ook zwaar vallen. Want het ís nogal wat, wat er hier geschreven staat. Als ik de tekst ècht tot me door laat dringen, dan zijn er zeker momenten dat ik ervaar: “já, zó is het.” Maar er zijn ook momenten dat ik de woorden alleen ‘blind’ kan meezingen, maar niet als ik er over nadenk.

Als de Heer ‘kom’ zegt – dan valt het niet altijd makkelijk om Zijn stem te gehoorzamen en ook ècht te komen, of te gaan. Ook al heb ik mijn leven inderdaad onder Zijn macht gesteld. Ook al heb ik heel bewust belijdenis gedaan, voor een ambt gekozen. Ook al bid ik dagelijks het Onze Vader, met daarin ook de bede ‘Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op deze aarde’. Als het op mijn eigen leven aan komt, dan kan het nog knap ingewikkeld zijn om de touwtjes uit eigen handen te geven en in Gods hand te leggen. Dan is het niet zo zeer een geloofsuitspraak, maar meer een belijdeniskeuze, waarmee ik dit eerste couplet zing. Dan adem ik op bij het tweede couplet, waar meer de gebedsvorm uit spreekt. Een gebed, waardoor het voor mij mogelijk wordt om mijn komen en gaan onder Gods macht te stellen:

“O mijn God, Gij zegt ‘ga’ en ik ga.
Gij zegt ‘ga’ en ik ga, laat mij niet alleen,
Wees het woord in mijn vlees en de geest om mij heen,
Wees de adem waaruit ik ontsta.

Het is alleen dan, als God met mij mee gaat, dat ik kan komen op Zijn roep, durf te gaan op Zijn bevel. Alleen dan, wanneer ik mij vasthoud aan Zijn Naam “Ik Ben”, en deze naam als een belofte geschonken weet, dat ik het oude kan loslaten en het nieuwe tegemoet kan treden. Zoals ooit Mozes heeft gebeden: “Heer, als U niet met ons mee gaat, laat ons dan niet van hier optrekken.” Maar dat is het tegelijk ook het wonder, waar ieder van ons persoonlijk, maar ook wij allen samen als Zijn gemeente uit mogen leven. Dát de Heer beloofd heeft, met ons te zijn. Dat Hij gekomen is in ons midden, om één van ons te zijn. Dat Hij zichzelf geschonken heeft, en steeds opnieuw schenkt, om onze levenskracht te worden. Daar, waar wij samenkomen in Zijn Naam, Zijn lof zingen, Zijn dood en opstanding gedenken, Zijn toekomst verwachten. In de vroegste kerk werd het Avondmaal ook wel ‘viaticum’ genoemd – onderweg-voedsel. Zó gaat de Heer met ons mee, in ons komen en ons gaan. Zo kúnnen wij komen, kúnnen wij gaan, als Hij roept. Omdat Hij in ons komt, en met ons meegaat!

Want o Heer, ik zeg ‘kom’ en Gij komt,
ik zeg ‘kom’ en Gij komt en Uw bloed wordt wijn
en Uw lichaam brood voor wie hongerig zijn
en Uw naam wordt een lied in mijn mond.

Ds. Jacolien de Lange.