da. J.J. de Lange

Op U, mijn Heiland, blijf ik hopen

verlos mij van mijn bange pijn!

Dát is de klank, die in de adventstijd mag klinken. De klank van de Hoop, omdat er een Heiland is. De klank van verwachting, omdat Hij de pijn wil verzachten, de angst wil stillen, en ons wil verlossen van alles, wat ons klem zet en vasthoudt. In deze tijd, waarin we merken dat angst en onrust onze samenleving in de macht houdt, mogen deze woorden klinken. We leven in een tijd waarin veel mensen de moed verliezen. Waarin het wantrouwen tegen de overheid, maar ook de angst voor het virus, velen in de macht heeft. Waar kunnen we nog op vertrouwen, wat mogen we van de toekomst hopen? Wie verlost ons van de angst en onzekerheid, die in deze tijd voor velen voelbaar is?

Zie, heel mijn hart staat voor U open
en wil, o Heer, Uw tempel zijn.

Wie dat kan zingen, heeft er op z’n minst weet van, van Wie we onze hulp mogen verwachten, en onze redding. Het zijn wél grote woorden. Want ons hart – hoe vaak is het niet al vol van zorg en angst? Vol door onze dromen en verlangens? Vol van onze eigen plannen? Soms moet je het jezelf opnieuw te binnen zingen: ik wil heel mijn hart openzetten voor de HEER. Heel mijn hart – alle kamertjes met zorgen en bezwaren, met geheimen en stille pijn… héél mijn hart open voor de HEER die er Zijn intrek mag nemen. Dat vraagt een keuze: namelijk de keuze om met heel ons hart dienstbaar te willen zijn aan de HEER. Om niet langer mijn eigen wil en wens op de troon te zetten, maar Hem. Want dan, en dán alleen, zal ons hart Zijn tempel zijn.

O Gij, wien aarde en hemel zingen
verkwik mij met uw heil’ge gloed.

Het is niet zómaar iemand, die we dan in ons hart uitnodigen. Het is de HEER, die door hemel en aarde wordt bezongen. Een psalm zingt: ‘de bomen in het veld klappen voor hem, de rivieren klappen in hun handen.’ Als je daar even bij stil staat, dan wórdt je ook stil. Want de HEER, die intrek wil nemen in ons hart, is zó groot, zó machtig…. En toch wil Hij zich aan u, aan jou, aan ieder van ons verbinden. En je zult merken: dan verandert er iets in je hart, in je leven. Er komt een heilige gloed over. Niet, dat daarmee nou alles ineens makkelijk wordt en alle deuren voor je open gaan, zeker niet. Maar wél zul je merken dat er iets in jou, in jezelf gaat veranderen. Als je de HEER intrek laat nemen in je hart, dan zul je merken dat je – hoe eenzaam en angstig je jezelf soms ook kunt voelen – je tóch niet alleen bent. Dat er hoop is, die je kracht geeft. Die je ‘verkwikt’, energie geeft. Ook de moed om keuzes te maken, die bij Gods heiligheid passen. Keuzes van liefde en recht, van genade en vrede.

Kom met Uw zachte glans doordringen
O zon van liefde, mijn gemoed.

Ken je dat gevoel, als je een middag in het voorjaarszonnetje hebt gezeten? Zo warm en rozig kun je worden, zo ín-gelukkig. Zó, als een warme zon, wil de HEER jouw, uw leven bestralen. Je hart verwarmen. Je angst en pijn verzachten met Zijn liefde. Het veranderd jou, je denken, en doen. Dát is, waar we in deze weken van advent naar uit mogen zien. Dat de Heer wil komen, om ons zó te veranderen. Verlangen wij daar naar? Wacht ons hart op Zijn komst? Willen we Hem ontvangen – in ootmoed, met respect en nederigheid, wetend dat we Zijn komst en warmte niet verdienen, maar uit liefde krijgen?

Dan mogen we het biddend zingen:

Wil in Uw liefde mij bewaren
waar om mij heen de wereld woedt.
O, mocht ik Uwe troost ervaren:
doe intocht, Heer, in mijn gemoed!

Ds. Jacolien de Lange