Overdenking

In het vorige kerkblad schreef ik iets over de gemeentevergadering, waar o.a. is gesproken over het beleidsplan. Dat heeft natuurlijk alles te maken met hoe we samen gemeente willen zijn en met de toekomst van de kerk. Die gaat velen aan het hart en dit thema heeft ook al heel lang mijn hart. Daarom heb ik voor mijn afstuderen in 2014 dit als onderzoeksthema gekozen: wat maakt dat mensen zich thuis voelen in de kerk? De uitkomsten van dit onderzoek kwam ik in de jaren daarna steeds weer tegen in de praktijk, in verschillende vormen en op verschillende plekken elke keer weer iets anders, maar toch zijn er duidelijk hoofdlijnen te ontdekken wat betreft dit thema in onze tijd. Daarvan wil ik graag de komende tijd zo nu en dan iets met u delen.

Deze keer iets over de uitkomsten van mijn onderzoek destijds en dan vooral van een tiental interviews die ik toen heb afgenomen bij gemeenteleden tussen de twintig en vijftig jaar oud.

In 2014 onderzocht ik voor mijn afstudeerscriptie in mijn stagegemeente wat het leven van de kerkleden van 20-50 jaar vooral betekenis geeft en welke rol de kerkelijke gemeente daarin speelt voor hen. Nog steeds is die vraag actueel, want we willen immers graag dat ook jongere generaties zich thuis voelen in de kerk en dat ze de fakkel op den duur overnemen. Uit de interviews die ik toen hield kwamen ook drie hoofdlijnen naar voren, nl. deze:
– ‘Zien en gezien worden’ is van groot belang in de breedte van het kerkelijk leven. Dit geldt voor gemeenteleden onderling, maar ook voor de kerkenraad richting gemeente. Aandachtgeven en krijgen, luisteren en niet oordelen.
– Meer losheid, minder regels en protocollen, meer variatie in de zondagse kerkdienst, meer ruimte voor ontmoeting rondom die kerkdienst.
– Meer helderheid over de eigen identiteit van de gemeente zien te krijgen en ook meer helderheid in de boodschap: die mag praktischer, radicaler en in eigentijdse gewone taal, maar ook helderheid zien te krijgen over wat de gemeente wil met het ‘gemeente-zijn.’

Nu besef ik dat ik dit onderzoek niet in Garyp heb gedaan en dat daar de uitkomsten misschien wat anders zouden kunnen liggen. Toch kan het niet anders (volgens mij) of er zijn overeenkomsten.

Tegenwoordig zijn we minder kerks dan vroeger. We zeggen vaak tegen elkaar dat je ook buiten de kerk om kunt geloven en ik zie dagelijks dat het zo is, dat mensen die weinig of niet in de kerk komen wel gelovig zijn. Maar kan het geloof helemaal zonder de kerk dan? Ik denk het eerlijk gezegd niet.

Zoals een kaars een kandelaar nodig heeft
Zo hebben gelovigen de kerk nodig

Dat geeft mooi aan: nee, het gaat niet vooral om de kerk (de kandelaar), het gaat om geloven (de kaars), maar dat geloof heeft wel steun en manieren om samen te zijn nodig. Zelf denk ik dat er vele vormen van kerk zijn te bedenken. We zien dat ook om ons heen: er zijn steeds meer pioniersplekken, alternatieve vormen van bezig zijn met geloof- en gemeenschapsvorming. Persoonlijk vind ik dat mooi om te zien, die nieuwe gedrevenheid, dat geloof en die creativiteit.

Hier in onze eigen omgeving hebben we gelukkig ook nog ‘gewoon de kerk’. En wat willen we graag dat die kerk een goede en waardevolle plek is waar we terecht kunnen voor geestelijk leven en voor samenleven! Een volgende keer hierover graag meer.

Grytsje Hovius