ds. J. F. Kroon

Sneu

In een boek met korte persoonlijke verhalen las ik deze week wat een collega-predikant onlangs meemaakte. Op een zonnige dag aan het begin van de zomer zat hij op een terras in Amsterdam, zo vertelde hij. Aan het tafeltje naast hem zat een groepje studenten: mooie, gezonde jongelui die af en toe op luide toon gesprekken met elkaar voerden en dan weer op hun mobieltjes keken. Toonbeelden van een geslaagd sociaal leven.

Aan een ander tafeltje zaten een man en een vrouw. Zo te zien waren ze een jaar of 40. Ze kenden elkaar niet, maar uit wat je kon verstaan van hun gesprek werd duidelijk dat ze elkaar hier hadden ontmoet via een dating-website.

Aan dat tafeltje wilde het gesprek niet vlotten. Aan alles kon je merken dat de vrouw de man niks vond. Maar die man deed zijn best. Hij probeerde iets lekkers te bestellen en omdat hij van bitterballen hield, bestelde hij een schaaltje bitterballen. De vrouw keek de andere kant op. Toen de bitterballen werden gebracht, gaf ze geen krimp. De man begon ervan te eten, schoof het schaaltje uitnodigend naar de vrouw toe, maar die stond op en zei: “Het beste.”

Nadat ze was vertrokken nam de man nog een bitterbal, maar toen kwam hij naar mij toe, schrijft de predikant.
“Of ik de helft van de bitterballen wilde.” Nu hou ik helemaal niet van bitterballen, maar hij was al eens afgewezen en ik kon het niet over mijn hart verkrijgen dat daar nog een afwijzing op zou volgen.  Dat kon beslist niet! Het was veel te sneu! Dus ik heb die dag voor het eerst sinds lange tijd weer vijf bitterballen gegeten…

Toen ik dit verhaal las, moest ik denken aan mijn werkzaamheden als predikant in Garyp sinds maart 2013. Zijn er ook in ons dorp en in onze gemeente in die jaren niet vaak mensen geweest, die zich eenzaam en onbegrepen voelden? Net zo eenzaam als die man zich voelde tegenover die vlotte studenten en die date die het niet met hem zag zitten? Eenzaam in Garyp, omdat ze ziek waren of verdriet hadden, terwijl alle anderen vrolijk verder gingen? En heb ik dat als predikant wel goed gezien en aangevoeld? Heb ik net als mijn bitterballen-etende collega in Amsterdam mijn best gedaan om de mensen te laten merken dat er Iemand is die om hen geeft en hen niet afwijst? Namelijk God die hen ziet en niet in de steek laat? Heb ik meegeleefd en me goed verplaatst in de situatie van anderen? En ook op die manier het Evangelie “gebracht”?

Anderen moeten maar hun antwoord geven op die vragen, voor mezelf weet ik in elk geval dat mijn werkzaamheden onvolkomen en geregeld onaf zijn gebleven. Daarvoor mijn oprechte verontschuldigingen. Ik heb misschien wel mijn best gedaan, maar ik ben blijkbaar ook maar een feilbaar mens. En toch wil ik deze boodschap voor ogen houden, ook straks in Grijpskerk. Ik denk namelijk dat dit het grote en kostbare geheim van de kerk is: dat wij een Heer hebben die naar mensen omziet, ook naar ons Garipers. Een Heer die steeds weer bij ons aan ons tafeltje komt zitten en contact met ons zoekt, ondanks alles soms. En Die ons door zijn Geest probeert te inspireren om zijn voorbeeld na te volgen.

Nu ik afscheid neem van dit dorp, dat ik lief heb gekregen, wil ik alle lezers
danken voor hun meeleven en meelezen de afgelopen jaren. En u nog eenmaal op het hart drukken: probeer steeds te doen als mijn Amsterdamse collega. Zeg geen nee tegen elkaar, wijs elkaar niet af, maar verplaats je in elkaar en leef mee. Misschien kost dat wel wat (zoals die predikant merkte, hij hield echt niet van bitterballen…), maar je zult uiteindelijk merken dat je er verder mee komt. En vooral: daarmee weerspiegel je de liefde van je Heer en Heiland Jezus Christus. En ik denk dat daar de diepste zin ligt van ons leven hier op aarde.

Ds. J.F. Kroon